Bezoek onze kennisbank en ontdek de laatste ontwikkelingen in het fysieke domein.

Snel naar

Kennisbank

Vervallen onlosmakelijke samenhang en de gevolgen daarvan voor de uitvoerbaarheid van het plan.

Onder de Omgevingswet bepaalt de aanvrager zelf voor welke activiteiten een vergunning wordt aangevraagd, waardoor samenhangende activiteiten zoals Natura 2000 niet altijd worden meegenomen en de rechterlijke toetsing zich beperkt tot de aangevraagde activiteit.

Nuray Koyak

Nuray Koyak

Categorie
Bestuursrecht

Tags
Natura 2000 en Omgevingswet

Hoe verhoudt het vervallen van de onlosmakelijke samenhang onder de Omgevingswet zich tot de verplichting om bij een vergunningaanvraag toch rekening te houden met mogelijke samenhangende Natura 2000-activiteiten en waar ligt de grens van de rechterlijke toetsing in zo’n geval?

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 maart 2026 (ECLI:NL:RBZWB:2026:1349)

De uitspraak van 9 maart 2026 op het verzoek om een voorlopige voorziening ziet op de verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw van een distributiecentrum. Verzoekers kunnen zich niet met dit besluit verenigen en hebben daarom de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Ter onderbouwing hebben zij verschillende gronden aangevoerd. De voorzieningenrechter beoordeelt in dat kader of het ingediende bezwaar een redelijke kans van slagen heeft, hetgeen aanleiding kan zijn om het bestreden besluit te schorsen.

Onder de Omgevingswet is het uitgangspunt van onlosmakelijke samenhang uit de Wabo vervallen. Aanvragers bepalen sindsdien zelf voor welke activiteiten zij een omgevingsvergunning aanvragen. Dat kan ertoe leiden dat samenhangende activiteiten, zoals een Natura 2000-activiteit en een bouwactiviteit, in verschillende procedures worden aangevraagd.

In deze zaak heeft aanvrager een omgevingsvergunning gekregen voor de bouw van een distributiecentrum, zonder dat daarbij een Natura 2000-activiteit is aangevraagd. Verzoekers stellen dat voor de bouw van het distributiecentrum ook een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit noodzakelijk is omdat bij de bouw en het gebruik van dit gebouw stikstof vrijkomt die invloed kan hebben op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De voorzieningenrechter overweegt dat alleen de aangevraagde en verleende activiteiten onderdeel zijn van de beoordeling. Een eventuele verplichting tot een Natura 2000-vergunning valt buiten de reikwijdte van de voorliggende omgevingsvergunning en kan in deze procedure niet worden beoordeeld.

Oordeel voorzieningenrechter

Onder de Omgevingswet is de zogenoemde onlosmakelijke samenhang, zoals die gold onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), komen te vervallen. Onder de Wabo moest in één keer voor alle activiteiten die onlosmakelijk samenhangen een omgevingsvergunning te worden aangevraagd en verleend. Het systeem van de Omgevingswet is zo dat de aanvrager zelf bepaalt voor welke activiteiten hij wel en niet gelijktijdig een aanvraag doet.

De casus

In dit geval heeft aanvrager voor een aantal activiteiten een vergunning aangevraagd en gekregen. Voor de Natura 2000-activiteit heeft zij geen aanvraag ingediend. Als de voorzieningenrechter hetgeen verzoekster in haar verzoek naar voren heeft gebracht vertaalt in de terminologie van de Omgevingswet, komt dit erop neer dat zij van mening is dat voor de bouw van het distributiecentrum ook een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit vereist is. Bij de bouw en het gebruik van dit gebouw komt immers stikstof vrij die invloed kan hebben op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Dat is echter niet de activiteit waarvoor hier vergunning is gevraagd en gekregen.

De grens van de rechterlijke toetsing

De voorzieningenrechter oordeelt dat onder de Omgevingswet niet langer de verplichting bestaat om bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor een bepaald type activiteit gelijktijdig ook voor andere eventueel noodzakelijke activiteiten een omgevingsvergunning aan te vragen. Dit brengt mee dat in deze procedure voor de voorzieningenrechter uitsluitend de omgevingsvergunning voor de aangevraagde en verleende activiteiten ter beoordeling voorligt. Hetgeen verzoeker aanvoert, valt buiten de reikwijdte van die vergunning. De voorzieningenrechter kan zich niet uitlaten over de vraag of voor een andere activiteit, zoals in dit geval de Natura 2000-activiteit, een omgevingsvergunning noodzakelijk is en of een dergelijke vergunning kan worden verleend. Zelfs indien hij voorlopig van oordeel zou zijn dat voor de bouw van een distributiecentrum tevens een omgevingsvergunning voor de Natura 2000-activiteit moet worden aangevraagd en verleend, doet dit niet af aan de rechtmatigheid van de voorliggende vergunning. Dit leidt er dus niet toe dat hij de omgevingsvergunning voor de overige activiteit kan schorsen.

ETFAL

Het betreft hier een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, waarbij toepassing is gegeven aan een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. De voorzieningenrechter oordeelt dat omdat het gaat om een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, bij de beoordeling van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties wel moet worden gemotiveerd waarom de Natura2000-activiteit niet op voorhand de uitvoering van de aangevraagde vergunning onmogelijk maakt. Gelet op hetgeen de voorzieningenrechter hiervoor heeft overwogen, volstaat hij met de waarschuwing aan aanvrager dat zij van de verleende omgevingsvergunning, ook indien de voorzieningenrechter tot het oordeel zou komen dat die op zichzelf rechtmatig is verleend, geen gebruik mag maken als voor de bouw van het distributiecentrum een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig is.

Bij de beoordeling of toepassing kan worden gegeven aan een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid, moet worden getoetst of nog steeds sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit houdt in dat een vergunning niet kan worden verleend indien duidelijk is dat de vergunde ontwikkeling niet uitvoerbaar is, bijvoorbeeld omdat een noodzakelijke omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit niet kan worden verkregen.  De voorzieningenrechter stelt in dit verband enerzijds vast dat de relevante afwijking beperkt is, namelijk een bouwhoogte die 40 centimeter hoger is en een perceelafscheiding die 1 meter hoger wordt dan rechtstreeks is toegestaan op grond van het omgevingsplan. Anderzijds constateert hij dat er een stikstofberekening (van een onderzoeksbureau) en een rapport van bevindingen van de Omgevingsdienst Brabant Noord ligt, waarin wordt geconcludeerd dat geen sprake is van een vergunningplicht voor een Natura 2000-activiteit.

Conclusie

De Omgevingswet biedt initiatiefnemers meer ruimte om zelf te bepalen voor welke activiteiten zij (gelijktijdig) een vergunning aanvragen. Dit neemt echter niet weg dat samenhang tussen activiteiten in de praktijk relevant kan blijven. De voorzieningenrechter beoordeelt in de eerste plaats de rechtmatigheid van de verleende omgevingsvergunning en stelt daarbij voorop dat de toetsing beperkt blijft tot de aangevraagde activiteit. Dat wellicht ook een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit vereist is, doet op zichzelf niet af aan de rechtmatigheid van de voorliggende vergunning. De vraag of een natuurvergunning in de weg staat aan de uitvoerbaarheid van de omgevingsvergunning voor de bouw van het distributiecentrum wordt in deze procedure niet beoordeeld, omdat uitsluitend de bouwactiviteit voorligt en de rechter zich daartoe beperkt. Tegelijkertijd plaatst de voorzieningenrechter een duidelijke kanttekening. Ook indien de vergunning rechtmatig is verleend, mag daarvan geen gebruik worden gemaakt wanneer voor de realisatie van het distributiecentrum alsnog een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit noodzakelijk blijkt. Daarmee wordt zichtbaar dat het ontbreken van een onlosmakelijke samenhang niet wegneemt dat de uitvoerbaarheid een rol blijft spelen.

Lees hier meer over onze juridische expertise

Lybrae Omgevingsadvies helpt je graag, ook op afstand

Loop je als gemeente of overheidsorganisatie tegen juridische vraagstukken aan of zoek een partij voor advies en uitbesteding? Neem gerust contact op met Nuray Koyak via n.koyak@lybrae.nl of 06 11 29 40 22 voor een vrijblijvende kennismaking.

nuray
Nuray Koyak Adviseur Bestuursrecht

Naam

Lees verder

Lybrae Omgevingsadvies helpt je graag, ook op afstand

Naam